01
Hoe kun je het probleem herkennen?
- Kevers, larven of huidjes bij voeding, textiel, hout of vensters.
- Gaatjes, boormeel, beschadigde vezels of verpakkingen.
- Terugkerende exemplaren in één kast, voorraadzone of kamer.
02
Mogelijke soorten of oorzaken
Deze aanwijzingen helpen een richting kiezen, maar vormen geen diagnosegarantie.
- Een lokale bron in voorraad, textiel, nestmateriaal of hout.
- Verspreiding via opgeslagen goederen of aangrenzende zones.
03
Voor wie en welke gebouwen?
04
Waarom rustig maar tijdig kijken?
Oude schade kan zichtbaar blijven nadat activiteit stopte. Gooi verdacht materiaal niet meteen weg; foto’s en een exemplaar kunnen helpen bij identificatie.
05
Wat onderzoeken we?
- We bekijken exemplaar, foto en aangetast materiaal.
- We controleren nabijgelegen voorraad, textiel, hout en ophopingen.
- We bepalen of de bron lokaal is of over meerdere zones verspreid.
06
Behandeling en preventieve maatregelen
De concrete keuze volgt uit de inspectie. Mogelijke onderdelen zijn:
- Maatregelen afgestemd op soort en materiaal.
- Bronverwijdering of beheer van aangetaste opslag.
- Monitoring van vergelijkbare materialen en ruimtes.
07
Hoe bereid je je voor?
- Maak foto’s en houd verdacht materiaal afzonderlijk.
- Maak kasten, plinten en opslagzones bereikbaar.
08
Tijdens en na de interventie
- Controleer vergelijkbare materialen volgens advies.
- Houd nieuwe exemplaren en schade per locatie bij.
09
Realistische opvolging
De identificatie bepaalt of een eenvoudige bronaanpak, bredere inspectie of andere vakexpert nodig is.
10
Veelgestelde vragen
Betekenen gaatjes dat er nog actieve kevers zijn?
Nee. Oude schade kan zichtbaar blijven nadat activiteit is gestopt.
Kan een foto de soort bevestigen?
Soms, maar een exemplaar of inspectie kan nodig zijn.
Tasten alle kevers hetzelfde materiaal aan?
Nee. De voedselbron verschilt sterk per soort.


