01
Hoe kun je het probleem herkennen?
- Duidelijke looplijnen langs plinten, ramen, muren of terras.
- Activiteit rond voeding, vocht of kleine bouwkundige openingen.
- Gevleugelde exemplaren of materiaal bij een vermoedelijke nestplaats.
02
Mogelijke soorten of oorzaken
Deze aanwijzingen helpen een richting kiezen, maar vormen geen diagnosegarantie.
- Een nest in of naast het gebouw met een vaste toegangsroute.
- Voeding, vocht of warmte die de route aantrekkelijk maken.
03
Voor wie en welke gebouwen?
04
Waarom rustig maar tijdig kijken?
Schoonmaken verwijdert de zichtbare route, maar niet noodzakelijk de bron. Een soortgerichte beoordeling helpt onnodige of verkeerde maatregelen vermijden.
05
Wat onderzoeken we?
- We volgen routes binnen en buiten.
- We zoeken naar toegangen, vochtbronnen en nestlocaties.
- We vergelijken kenmerken om de soort zo goed mogelijk te bepalen.
06
Behandeling en preventieve maatregelen
De concrete keuze volgt uit de inspectie. Mogelijke onderdelen zijn:
- Maatregelen afgestemd op soort en nestgedrag.
- Bronbeheer rond voeding en vocht.
- Gerichte wering nadat de actieve route is begrepen.
07
Hoe bereid je je voor?
- Maak foto’s van de volledige looproute voordat die verdwijnt.
- Maak plinten, kasten en buitenranden bereikbaar.
08
Tijdens en na de interventie
- Beperk voedsel- en vochtbronnen volgens advies.
- Meld verschuivingen in route of activiteit.
09
Realistische opvolging
Routes kunnen verschuiven en nesten kunnen buiten de zichtbare ruimte liggen. De waarnemingen na de eerste stap bepalen verdere opvolging.
10
Veelgestelde vragen
Zijn alle mierensoorten hetzelfde aan te pakken?
Nee. Nestplaats, leefwijze en verspreiding verschillen per soort.
Waarom komen mieren terug na schoonmaken?
De zichtbare route verdwijnt, maar de bron of toegang niet noodzakelijk.
Kunnen ze uit een aangrenzende woning komen?
Ja. Gedeelde bouwdelen kunnen verspreiding mogelijk maken.


